Voornemen verkoop door de gemeente Montferland van een perceel grond te Zeddam aan de Bovendorpsstraat 21

Beschrijving voornemen tot het aangaan van een koopovereenkomst

De gemeente Montferland (hierna: de Gemeente) is voornemens een koopovereenkomst te sluiten met het Sint Oswaldusgilde Zeddam voor de ondergrond van De Rosmolen aan de Bovendorpsstraat 21 te Zeddam. 

Het voornemen tot verkoop omvat het perceel gemeente Zeddam, sectie E, nummer 1280, ter grootte van 220 m².

Selectiecriterium en toelichting daarop 

Het Sint Oswaldusgilde heeft al sinds jaar en dag een recht van opstal op het betreffende perceel ten behoeve van het rijksmonument De Rosmolen. Met verkoop van de ondergrond aan het Sint Oswaldusgilde verkrijgt het Sint Oswaldusgilde de stabielere positie die zij benodigt nu zij de komende jaren met renovaties van De Rosmolen te maken krijgt. Verkoop van de ondergrond verandert de beschermende monumentale status van De Rosmolen niet.

Gelet op het voorgaande en de publieke functie is er op grond van objectieve, redelijke en toetsbare criteria slechts één serieuze gegadigde, te weten Sint Oswaldusgilde Zeddam, die in aanmerking komt voor het aangaan van de koopovereenkomst voor dit perceel grond.

Heeft u vragen over deze verkoop? Neem dan contact op per e-mail: f.erdhuizen@montferland.info

Opschortende termijn, rechtsbescherming in kort geding en in één instantie, vervaltermijn

De Gemeente zal niet eerder dan na verloop van 20 kalenderdagen na de datum van deze bekendmaking uitvoering geven aan haar hierboven beschreven voornemen tot verkoop. Partijen die zich met dit voornemen niet kunnen verenigen dienen binnen deze periode een kort geding aanhangig te maken tegen de Gemeente, bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland.

Als u een kort geding aanspant, vragen wij u ons dit binnen 20 kalenderdagen na datum van deze bekendmaking te laten weten. We ontvangen het liefst een conceptdagvaarding per e-mail: f.erdhuizen@montferland.info

Deze termijn van 20 kalenderdagen is een vervaltermijn: indien niet binnen deze termijn een kort geding aanhangig is gemaakt, kunnen later opkomende bezwaren de voorgenomen uitgifte niet voorkomen en is de Gemeente niet aansprakelijk voor schade die samenhangt met dergelijke niet tijdig in kort geding naar voren gebrachte bezwaren.

Na het vonnis in eerste aanleg in een kort geding is de Gemeente gerechtigd om over te gaan tot definitieve uitgifte, tenzij het vonnis zich daartegen verzet, ook als de partij die het kort geding aanhangig heeft gemaakt niet in het vonnis berust, bijvoorbeeld door daarvan in hoger beroep te gaan of door (tijdens of na het kort geding) een bodemprocedure aanhangig te maken.

De Gemeente publiceert dit voornemen op haar website en in het Montferland Journaal. Met deze publicatie geeft de Gemeente uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1778).